Na de operatie van de oorspeekselklier

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Ook bij de operatie aan de oorspeekselklier kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding of wondinfectie. De kans hierop is echter klein.

Pijn

Over het algemeen hebben patiënten na de operatie weinig pijn. Als u pijn heeft krijgt u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis een pijnstiller voorgeschreven, en zo nodig na ontslag uit het ziekenhuis.

Zwelling

Enige zwelling is normaal. Dit is het gevolg van de operatie. Ongeveer drie dagen na de operatie zal de zwelling op zijn grootst zijn. Deze wordt dan vanzelf minder om tenslotte geheel te verdwijnen. De zwelling is meestal na enkele weken verdwenen.

Wonddrain

Vaak wordt een drain (slangetje) in de wond gelegd om ophoping van wondvocht en bloed onder de huid te voorkomen. Meestal kan de wonddrain na 48 uur worden verwijderd.

Gevoelszenuw van het oor

Bij verwijdering van de oorspeekselklier is het niet altijd mogelijk om de gevoelszenuw van de huid voor het oor en het onderste deel van de oorschelp te behouden. Dit gebied is dan gevoelloos. Na verloop van tijd wordt het verdoofde gebied kleiner. Soms blijft een gevoelloze oorlel bestaan. Dit is in het dagelijkse leven eigenlijk nooit hinderlijk.

Aangezichtszenuw

De takken van de aangezichtszenuw worden tijdens de operatie vaak aangeraakt. Hierdoor kan de functie van de zenuw verstoord zijn. Dit kan als gevolg hebben dat de functie van één of meer spieren van één kant van het gelaat verminderd is. De uitgebreidheid van de operatie speelt hierbij een rol. Als de zenuw intact blijft, herstelt de functie van de spier(en) meestal in de loop van weken tot maanden.

Als het oog niet meer goed sluit, dienen de oogleden ’s nachts te worden dichtgeplakt met een pleister om uitdroging van het oog te voorkomen. Overdag kunnen oogdruppels worden gebruikt. Bij uitval van de spieren van de onder- en/of bovenlip is vooral het drinken moeilijk. Dit omdat de lippen aan één zijde niet goed meer sluiten.

Hechtingen

Soms worden hechtingen onder de huid aangebracht. Deze hoeven niet te worden verwijderd. Andere hechtingen worden na ongeveer een week door de kaakchirurg verwijderd.

Onderzoek van het verwijderde weefsel

Het verwijderde weefsel wordt onder de microscoop onderzocht door de patholoog. Ongeveer een week na de operatie is de uitslag van dit onderzoek bekend. Als de onderkaakspeekselklier verwijderd is vanwege een gezwel, is de kans groot dat het gaat om een goedaardig gezwel. Maar er kan ook sprake zijn van een kwaadaardig gezwel. Mocht dit het geval zijn dan zullen de consequenties met u worden besproken.

 

Late gevolgen van de operatie van de oorspeekselklier

Speeksel

Verwijdering van de gehele of een deel van de oorspeekselklier heeft geen merkbare invloed op de speekselproductie. U krijgt dus geen droge mond.

Transpireren van de wang

Dit komt nogal eens voor en treedt enige tijd na de operatie op. Bij verwijderen van de oorspeekselklier worden kleine zenuwtakjes doorgesneden die belangrijk zijn voor de speekselproductie. Deze zenuwtakjes kunnen vergroeien met zenuwuiteinden van zweetkliertjes in de wang. Hierdoor kan tijdens of na een maaltijd transpiratie en roodheid van de huid in het operatiegebied optreden (syndroom van Frey). Dit verschijnsel is niet verontrustend. Wanneer het transpireren als hinderlijk wordt ervaren, kan met plaatselijke injecties van een medicament (botuline toxine: Botox) de werking van deze zenuwtjes tijdelijk worden geblokkeerd.