• In rusttoestand: tanden nooit op elkaar klemmen/persen
  • Bij functie (eten, slikken, spreken): kan men gewoon de tanden op elkaar plaatsen
  • Vermijd langdurige belasting van het kauwstelsel door gewoontes zoals nagelbijten, kiezen klemmen, kauwgom kauwen, lip zuigen/bijten. Gebruik uw tanden niet als gereedschap om bijvoorbeeld een pen of spijker vast te houden of om draadjes door te bijten
  • Vermijd extreem wijd openen van de mond tijdens het eten, maar ook als u geeuwt of lacht. Ondersteun zo mogelijk de onderkaak zodat de mond minder ver open gaat
  • Vermijd verkeerde houding van het hoofd en de nek op het werk, tijdens hobby, tijdens slaap en tijdens telefoneren
  • Vermijd tocht en afkoeling van de kauwspieren door gebruik van een sjaal en/of gezichtsmassage
  • Vermijd het gebruik van uw voortanden om iets af te bijten
  • Gebruik geen te hard voedsel zoals taai vlees, nootjes, appels, rauwe wortels, stokbrood, oude kaas etc.
  • Soms is het beter om (tijdelijk) alleen zacht voedsel te eten zoals gehakt, puree, appelmoes, brood zonder korst of voedsel met een staafmixer gemalen
  • Het is belangrijk om bij een eventuele tandheelkundige behandeling of bij het ondergaan van een narcose de betreffende (tand)arts te informeren over uw klachten. U mag uw mond niet te lang wijd openen.