In de onderkaak wordt onderscheid gemaakt tussen de fracturen tpv het kaakkopje, de kaakhoek en in het vlakke deel van de onderkaak.

Bij een fractuur van het kaakkopje is meestal sprake van een pijnlijke zwelling voor het oor, een gestoorde beet, en de onderkaak zakt weg naar de zieke zijde. Bij een dubbelzijdige fractuur van het kaakkopje kan de onderkaak naar achteren zakken.

Bij een fractuur in het vlakke deel van de onderkaak is meestal sprake van een sterke verstoring van de beet. De behandeling kan bestaan uit het aanbrengen van spalken of schroeven, zodat de kaken op elkaar vast gezet kunnen worden, en fixatie met elastieken of staaldraad in de juiste beet.

In veel gevallen wordt  gebruikt gemaakt van stalen plaatjes om de breuk te stabiliseren.