Vrijleggen tand

Geretineerde of geïmpacteerde gebitselementen zijn tanden en kiezen die niet op de normale tijd doorbreken, zoals bijvoorbeeld de hoektand, die normaal tussen het 10e en 13e jaar zijn plaats in het blijvende gebit inneemt. Gemiddeld bij meisjes een half jaar eerder dan bij jongens.

De oorzaken kunnen onder meer zijn erfelijkheid, te weinig ruimte, trauma, cysten en gezwellen. Met behulp van een röntgenfoto kan door de tandarts meestal worden vastgesteld of een tand nog in het kaakbot aanwezig is. Veelal wordt de patiënt voor verder onderzoek verwezen naar de orthodontist. Deze doet nader onderzoek en stelt een behandelplan op. Hierin staat dat er een doorverwijzing naar de kaakchirurg moet gebeuren om het element zichtbaar te maken. Om precies de ligging van de tand vast te kunnen stellen laat deze nog in sommige gevallen een computerscan (CT) maken.

Het betreffende element kan door de kaakchirurg meestal poliklinisch en onder plaatselijke verdoving op verschillende manieren in de mond vrijgelegd worden, namelijk door:

  • Het element in de kaak op te zoeken en er een slotje of bracket op te plaatsen met een kettinkje.
  • Het bot en tandvlees waarmee de tand nog bedekt is, los te maken en naar boven/beneden te hechten of het tandvlees te verwijderen.

Er wordt bij het vrijleggen een venster gemaakt naar de tand, zodat deze zichtbaar is. In enkele gevallen wordt hier op verzoek van de orthodontist een bracket met kettinkje op geplaatst.

Dit venster groeit, wanneer het niet open wordt gehouden, vrij snel dicht. Daarom doet de kaakchirurg hier soms een stukje wondverband in wat op stopverf lijkt. Het verband wordt langzaam hard en dient minstens 2 weken te blijven zitten. Indien het verband vroegtijdig eruit valt dient dit vervangen te worden. Of in de plaats daarvan kan ook suikervrije kauwgum worden gebruikt.

Na ongeveer 2 weken kan de orthodontist verder met zijn behandelplan.