Het transplanteren van een tand of kies betekent het verplaatsen van een eigen tand of kies naar een andere plek in de kaak

Er wordt ook wel gesproken van autotransplantatie van gebitselementen.

De reden voor deze ingreep kan zijn dat een blijvende tand of kies zich niet goed ontwikkeld heeft of ontbreekt. Als op een andere plaats een kies niet noodzakelijk is kan deze worden getransplanteerd. Andere redenen zijn de gevolgen van bijvoorbeeld een ongeluk of een groot verschil van het aantal tanden in de boven- en de onderkaak.

Meestal wordt gekozen om de kiezen die net na de hoektanden komen, te gebruiken voor transplantatie. De kaakchirurg baseert de behandeling op een röntgenfoto. De behandeling gaat altijd gepaard met een orthodontische behandeling.

Het transplanteren van tanden of kiezen gebeurt onder lokale verdoving en poliklinisch. Na ongeveer twee weken mogen de hechtingen eruit en vervolgens kan het nog enkele weken duren voordat de getransplanteerde gebitselementen zich goed hechten.